Fouten maken moed! – Dump je streven naar perfectie en ga je beste fout maken!

14 december 2016

In Fou­ten ma­ken moed houdt ‘faal­kun­di­ge’ Rem­ko van der Drift een meer dan en­thou­si­ast plei­dooi om ‘faal­kun­di­ge’ te wor­den. We roe­pen na­me­lijk wel zo mak­ke­lijk dat we fou­ten mo­gen ma­ken. Maar is dat wel zo? Simon van der Veer schreef deze recensie over het boek.

Ik herken het bij mezelf of bij organisaties. We zeggen het en schrijven het op in visies, maar in de praktijk vermijden we fouten liever en praten er ook weinig over. Vooral de successen en de behaalde resultaten krijgen de aandacht, we streven naar perfectie terwijl het omarmen van imperfecties de ware bron is om te leren en ontwikkelen.

Het boek is eigenlijk een grote aanmoediging om kundiger te worden in het maken van fouten. Foutenmakenmoed in de woorden van de auteur. Het boek helpt je die kundigheid te ontwikkelen. Het risico ligt op de loer dat dergelijke boeken nogal schreeuwerig worden in het ‘pitchen’ van hun boodschap, maar dit boek vond ik overtuigend in zijn vorm en inhoud. Het is aantrekkelijk vormgegeven met kleurrijke tekeningen, inspirerende quotes, afwisseling tussen praktijk en theorie en vele praktische voorbeelden en tips. Daarom kan ik ook vast de conclusie van mijn recensie verklappen: het is echt een aanrader om te lezen! Een kritische noot is dat de boodschap wellicht ook in minder hoofdstukken verteld kon worden, maar laat ik dat gemakshalve toeschrijven aan de passie van de auteur over het onderwerp. Het belangrijkste is dat het boek in alles inspireert om meer fouten te maken en daarvan te leren en verbeteren.

Het boek bestaat uit negen hoofdstukken. De eerste drie hoofdstukken vormen ‘De basis’. Het geeft inzicht in onze neurotische jacht naar succes, het werk van Carol Dweck (waar de auteur erg door is geïnspireerd) en de oorsprong van onze faalangst. Het tweede deel, hoofdstukken vier tot en met negen, heet ‘De aanpak. Hierin worden tools meegegeven om onze foutenmaakmoed aan te moedigen. Het gaat bijvoorbeeld over het dempen van je innerlijke criticaster, het dumpen van je ego en bewijsdrang en over blijven uitproberen en doorzetten.

‘Maak een cv met je mislukkingen’

Een aansprekend voorbeeld is hoogleraar Johannes Haushofer die een verfrissend tegengeluid liet horen tegen al het neurotisch delen van successen. Hij zette een ‘cv van mislukkingen’ online. Met daarin afgewezen artikelen, mislukte sollicitaties en gemiste kansen. Zijn beeld was dat wetenschappers vooral bezig zijn om een succesverhaal te schetsen waarin mislukkingen onzichtbaar zijn voor henzelf en anderen. De carrières van anderen lijken daarom een stroom van successen. Deze tendens zie ik ook bij managers en adviseurs (tot die laatste groep behoor ik), in offertes, presentaties, uitingen op social media, het gaat vooral over behaalde successen. Terwijl de mislukkingen net zo interessant – maar mogelijk interessanter zijn – om zichtbaar te maken en zo meer te leren.

‘Ik heb het nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan’ – Pippi Langkous

Het werk van Carol Dweck loopt als een rode draad door Fouten maken moed. Zij pleit ervoor om onze aandacht te verleggen van aanleg, prestaties en het moeten scoren, naar het met toewijding werken aan je leerproces. Zij noemt dit het verschil tussen een vaste mindset en een groei mindset. En deze laatste vormt de basis van foutenmakenmoed. Een vaste mindset betekent dat je gelooft dat je ergens aanleg voor hebt of niet. En zo kijk je ook naar ontwikkeling. Je basiskwaliteiten en valkuilen liggen ‘vast’. Een groei mindset gelooft in ontwikkeling en veranderbaarheid.

We hebben allemaal beide mindsets in ons systeem. De vraag is ben je er bewust van dan wel kun je jouw vaste mindset omzetten naar de groei mindset wanneer je de ontwikkeling van je organisatie, team of jezelf nastreeft? In het Oogziekenhuis in Rotterdam lukt ze dat door artsen voortdurend te stimuleren fouten toe te geven. Eens per week hebben overleg om hun fouten te bespreken en openlijk te bespreken wat ze hiervan hebben geleerd. Het aantal fouten is door deze mindset drastisch afgenomen. Onder het mom van ‘iedere wijze uil is ooit een uilskuiken geweest’ is het idee om het maken van fouten en deze openlijk te delen continu aan te moedigen.

In de weg daarnaar toe gaan we in kuilen stappen zoals zelfrechtvaardiging. Dat betekent als je faalt ga je instinctief meteen ‘rechtlullen’. En zelfrechtvaardiging heeft ook nog een ‘broertje’ en die heet: zelfbeschuldiging. Als zelfrechtvaardiging niet lukt, ben je geneigd de schuld op je te nemen. Terwijl beide neigingen voorkomen dat we onszelf slimmer maken door de fouten die we maken.

Fail forward

Het boek bevat een groot scala aan praktijkopdrachten en werkvormen. Een mooie werkvorm die mij aansprak is ‘fail forward’. Dit is vooraf ‘terugkijken’ op falen door te bedenken waarom iets mislukt is, nog voordat een plan is uitgevoerd. Je gaat met elkaar compleet los op waarom het aankomende project gaat mislukken. Dat maakt het gemakkelijker om mogelijke fouten op te sporen, daarvan te leren en daar slim mee om te gaan.

In alles leest Fouten maken moed prettig, snel en inspirerend weg. Het gevoel wat overblijft is eigenlijk nog het beste samen te vatten in een uitspraak van Loesje die de auteur aanhaalt: ‘Toen ik het niet meer goed hoefde te doen ging het ineens veel beter’. Kortom dump je bewijsdrang en je interne criticaster, en ga je beste fouten maken!