Iedereen kan innoveren – Laat je niet misleiden door Willie Wortel en Lampje

18 december 2016

Innovatie valt niet te organiseren, het vermogen tot innoveren wel. Je moet jezelf continu opnieuw blijven uitvinden. Dat klinkt je wellicht wat problematisch in de oren, maar elk bedrijf beschikt over een latent potentieel aan innovatievermogen. Dat is de kernboodschap van Bart Stofbergs Iedereen kan innoveren.

Als je aan de vooravond of juist middenin een innovatieproces zit dan biedt Bart Stofbergs Iedereen kan innoveren je een doorwrocht antwoord. Het aanzetten van het innovatief vermogen in je bedrijf berust op 4 pijlers en is een combinatie van diversiteit, ontmoeting, chemie en verandering. En daar staat Stofberg per hoofdstuk uitvoerig bij stil.

Het is geen typisch how-to boek, maar biedt veel theoretische verdieping op het concept van innovatie. Aan het begin dacht ik wat een taaie kost en het boek had qua ‘look and feel’ wel wat innovatiever gemogen, maar het heeft mij alsnog positief verrast. De aantrekkelijkheid zit namelijk in de vele aansprekende praktijkvoorbeelden waarmee het boek is doorspekt. Datgene wat mij vooral boeide was dat innovatie in een groter historisch perspectief wordt geplaatst en hoe innovatie door de eeuwen heen vorm heeft gekregen.

Het boek start inhoudelijk met diversiteit. Hoe groter de meningen verschillen, hoe groter de kans op innovatie. Waarin teamleden de tijd krijgen om te ‘broeden’ op hun ideeeën (een ‘sluimerende ingeving’) en ruimte om te ‘dwalen’, het zwerven zonder direct doel. Dwalen versterkt het toeval, maar heeft wel een open blik nodig. Zoals Frank Zappa al zei: ‘A mind is like a parachute, it only works when it is open’.

Vervolgens draait het om netwerken en platforms creëren waar diversiteit en ontmoeting gefaciliteerd worden. We zijn allemaal groot geworden met Donald Duck. Al van jongs af aan weten we niet beter dan dat uitvindingen worden gedaan door eenzame uitvinders die al experimenterend in hun eentje briljante en rare uitvindingen doen. Willie Wortels enige vriend is Lampje, het symbool van de plotselinge ingeving. Omdat we die manier van denken kregen voorgeschoteld, kijken we zo naar de wereld. Archimedes met zijn eureka, Newton met zijn appel en zelfs Darwin met de evolutietheorie: allemaal Willie Wortels, die na de nodige broedtijd een briljant idee krijgen. Echter in werkelijkheid onderscheiden zij zich in een heel ander opzicht van de rest. Vergeleken met hun omgeving hadden ze verreweg het grootste netwerk van allemaal. Hun inspiratie kregen ze van een heleboel anderen, in de vorm van vernieuwende ideeën, inspiraties en reflecties op hun ideeën. De auteur praat over typische koffiehuizen uit de zeventiende eeuw. Waar veel mensen door elkaar heen praten, een chaotische omstandigheid waar de kans groter is dat mensen hun afwijkende ideeën met elkaar botsen. Wie meer innovatie wil in zijn bedrijf, moet zijn kantoor dus meer laten lijken op een café dan een bibliotheek.

Innovatie is geen ‘schone handen-bezigheid’ die uitsluitend in het hoofd plaatsvindt. Het draait om uitproberen zonder dat we precies weten wat aan het ontdekken zijn. De auteur doet daarin een pleidooi voor blikwisseling als ingrediënt om chemie voor elkaar te krijgen. We hebben de neiging om te denken in een tunnel, ingesleten aannames. Ga daarom op onderzoek uit. Bij LEGO zeggen ze bijvoorbeeld: ‘als je wilt leren hoe een leeuw jaagt, ga dan niet naar de dierentuin maar naar de savanne’. Vraag daarom niet aan je klanten wat ze willen hebben, maar zoek ze op en leer ze kennen. Daag je tunnelvisie uit.

In het slotdeel ‘Verandering’ gaat het over een biotoop organiseren waarin de vier pijlers terugkomen en zodoende het innovatief vermogen kan groeien. Een biotoop heeft richting en community nodig. Richting betekent antwoord geven op de vraag: ‘waar zijn we van?’. Verwar dit niet met doelgerichte innovatie, want door doelgericht te werken blijf je op de gebaande paden en dit leidt enkel tot verbetering. Doelgericht is de avondvierdaagse, innovatie is Alice in Wonderland. Op het eind wordt afgesloten met enkele tips wat vooral ook niet te doen. Bijvoorbeeld streven naar perfectie. Breng gerust een betaversie uit. De eerste transistorradio’s waren niet perfect, maar ze verkochten wel. Ze waren draagbaar, goedkoop en dat was ‘good enough’ om het verschil te maken.

Kortom: Iedereen kan innoveren van Bart Stofberg biedt een stevig theoretisch fundament hoe je het innovatief vermogen aanwakkert. Voor diegene die verdieping zoekt is hier aan het goede adres. Voor de meer praktische lezer en die morgen meteen innovatief vermogen op de werkvloer handen en voeten wil geven is het wat meer zoeken, maar de praktijkvoorbeelden zijn zeer inspirerende brandstof om de mentale motor tot innoveren aan te zetten.