Het Eftelingeffect

01 juni 2016

Weg van de alledaagse werkelijkheid verleidt een sprookjesomgeving ons om vanuit andere perspectieven een wonderlijke wereld te ervaren. Die biedt ons plezier en vermaak en soms leren we er ook wat, maar vooral vinden we de attracties in de Efteling leuk en ontspannend. Alles in dit magische sprookjespark is bijzonder. Zelfs het weggooien van afval is met Holle Bolle Gijs, een belevenis. Maar het effect ebt helaas vaak al snel weg en verdwijnt vaak al op de terugweg, bij het tankstation, waar het geroep van Holle Bolle Gijs niet meer klinkt wanneer je een propje op de grond laat vallen.

Rookgordijn
Hoe makkelijk het is om je in het sprookjesbos te laten meevoeren met Repelsteeltje of Hans en Grietje, zo lastig is het om de volgende dag op kantoor die betoverende inzichten te vertalen naar nieuw gedrag. Het Eftelingeffect treedt op wanneer na terugkomst uit inspirerende verandertrajecten of leiderschapsprogramma’s, het in de praktijk lastig blijkt om gedragsverandering te bewerkstelligen en tot nieuwe prestaties te komen. Automatisch schakel je terug naar oude vertrouwde patronen, en daarmee naar de bekende bijbehorende resultaten. Onze verslaving aan praten en plannen bespoedigt dit terugschakelproces. Zo praten we graag over klant- en resultaatgerichter werken, maar zetten vaak niet de volgende stap: het vertalen van kennis in actie. En dat komt doordat we het spreken over vernieuwing beschouwen als vernieuwend handelen. Praten fungeert als een rookgordijn. Daarnaast maken we graag gedetailleerde plannen voordat we aan de slag gaan met vernieuwing. Een goed doordacht veranderplan geeft immers houvast en reduceert de onzekerheid, omdat het een gevoel van controle geeft. Daniël Wolfs verwoordt dat in zijn boek Magic makers (2015) als volgt: ‘zo schrijven we de gewenste vernieuwing tot stilstand’.

Snel aan de slag 
Als adviseur stap ik met enige regelmaat in deze valkuil. Want ook ik wil overtuigen met een enthousiast verhaal en een goed doordacht plan, een mooie manier immers om mijn eigen professionaliteit te tonen. En tegelijkertijd demonstreer ik daarmee eerder mijn onkunde dan mijn kunde, want vooraf weet ik het minst wat wel of niet werkt. Beter is het om te werken met een ‘onaf’ plan. MIT professor Otto Scharmer hanteert daarbij het credo: ‘Let’s move into action before its figured out’. De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht heeft dat op eigen manier vertaald naar het veranderprincipe ‘tempo boven accuratesse’. Dat moedigt aan om niet te verzanden in eindeloze gesprekken en gedetailleerde plannen, maar snel aan de slag te gaan.

Actie-experiment
De oplossing zit dus in het handelen, in actie. Neem Fontys Hogescholen. Daar was het vraagstuk de veranderende rol van docenten. Men voerde een actie-experiment uit. Ze werkten met lerende groepen van docenten, maar deze groepen mochten absoluut geen praatgroepen worden. In een van de groepen draaide het bijvoorbeeld om de vraag: hoe krijg ik studenten echt in beweging? De groep organiseerde een experiment door gesprekken tussen docent en student te filmen en die gezamenlijk te analyseren. Die aanpak werkte voortreffelijk: verbetering op basis van actie. Als follow-up blijven de docenten online met elkaar in contact.

Om het Eftelingeffect te voorkomen zijn we gebaat bij dit soort actie-experimenten. Wat werkt weet je nog niet – in ieder geval niet meer praten en plannen, dus let’s move into action before …