How superorganisms work together

15 februari 2021

Teeming: How superorganisms work together to build infinite wealth in a finite planet (and your company can too)
Tamsin Woolley – Barker
2017
White Cloud Press

Recentelijk liep ik tegen dit bijzondere boek aan. Een boek over mieren en honingbijen die zich al honderden miljoenen jaren generatie op generatie succesvol organiseren. En zich beter maken dan de vorige generatie.

Het boek begint met een verhaal over ‘stone soup’. Een oud verhaal dat alleen een superorganisme zou vertellen.

Een hongerige vreemdeling komt een dorp binnen. Klopt op deuren om te bedelen voor een maaltijd. De mensen verbergen zich in hun huizen, achter hun gesloten deuren, niemand wil iets delen. De vreemdeling maakt dan maar een vuurtje op het stadsplein, pakt zijn pot, trekt wat water uit de put, en zet het op het vuur. Hij voegt een eenvoudige steen toe. Een paar nieuwsgierige kinderen komen naar buiten om te zien wat hij doet. “Ik maak steensoep”, zegt hij. “Je bent welkom om met mij mee te eten. Maar het heeft iets nodig.” Ze brengen kleine dingen mee – een oude aardappel, een verschrompelde wortel. Al snel vult een heerlijk aroma de lucht en kan iedereen de soep ruiken. Langzaam komen ouders uit de huizen. Iedereen deelt het eten, iedereen is vertrouwensvol.

Zo gedijen superorganismen. In de landschappen van schaarste. Ze bundelen kleine restjes van waarde. Restjes die niet de moeite waard lijken voor andere soorten, zoals houtsplinters, stukjes gehakte bladeren, stukjes stuifmeel en moleculen van water en kunstmest. Met eenvoudige, in de praktijk bewezen strategieën, leren ze ons hoe wij als mensen, zelforganiserend, onze organisaties kunnen verbeteren. Het is de manier waarop ook wij mensen het beste werken. De mensheid is ook een superorganisme.

De kern

Het boek TEEMING biedt een uniek en boeiend inzicht in de veerkracht en herstelkracht van organisaties. Afgeleid van hoe dieren in de natuur zich organiseren. Superorganismen, zelforganiserende groepen die gebruik maken van eenvoudige gedragsregels.

Vanuit haar professies als evolutionair bioloog, biologische innovatie consultant, en professor aan de Arizona State University Biomimicry Center in de School of Life Sciences zoomt zij in op onderwerpen als communicatie, besluitvorming, probleemoplossend vermogen, leiderschap en teamwork. Succesvol overleven daar gaat het al miljarden jaren om. Hoe doen ze dat en wat biedt het jou, de organisatie, de mensheid…? Wat zijn de belangrijkste principes? Tamsin neemt ze in dit boek nauwkeurig onder de loep.

Langs de lijn

Het boek loopt de 6 principes langs die onderdeel uitmaken van het overlevingsrepertoire van deze superorganismen. Het illustreert hoe bepaalde dieren(kolonies) zoals apen, bijen, mieren, olifanten ed. zich organiseren.

Deze 6 principes zijn:

  1. Collectieve intelligentie: complex groepsgedrag ontstaat vanuit eenvoudige acties bij diverse en onafhankelijke individuen.
  2. Individualiteit: waarbij ieder individu creatief is, een eigen wijze van werken heeft en een eigen unieke bijdrage levert.
  3. Zelfmanagement: leden van zelf organiserende teams reageren niet op orders maar op de transparante informatie die zij krijgen. Doelstellingen zijn helder en gedeeld. Individuen voelen zich daar verantwoordelijk voor.
  4. Altijd aan: informatie over kansen en bedreigingen wordt direct gedeeld met de hele groep. Leden van de groep gaan meteen over tot actie.
  5. Eenvoudige regels: leden baseren hun handelen op simpele regels die iedereen kent.
  6. Redundantie: een fout van 1 van de groepsleden heeft slechts een beperkt effect op het succes van het geheel. Want velen werken aan hetzelfde probleem. Lukt het niet dan is er wel een parallel experiment dat mogelijk wel slaagt.

Twee voorbeelden van deze principes die we mee kunnen nemen naar de praktijk:

  1. Zelf-management. Voor individueel geluk en creativiteit hebben superorganismen een geweldig recept. Ze zelforganiseren, en elk individu doet wat het denkt dat het beste is op dat moment. Dat ontstaat vanuit een aantal belangrijke principes zoals een gedeeld doel, vertrouwen en wederzijdse verantwoording, samen delen, eerlijkheid, diversiteit en persoonlijke onafhankelijkheid, transparante informatiestromen, en het buitensluiten van diegenen die proberen te misleiden en te stelen. Dit kunnen we naar de werkvloer vertalen naar vergaderingen, doelen, bazen of prestatiebeoordelingen.
  2. Leiderschap. Superorganismen hebben veel onverwachte lessen om ons over leiderschap te leren. Elk mier- en honingbijteam heeft een “leider”, maar ze geven geen bevelen. Er is ook geen enkele leider – een derde van alle mieren treedt op als leider. Hun rol is om informatie te verzamelen en die te verspreiden tussen en over teams. Diversiteit en onafhankelijkheid staan centraal. Zonder die twee dingen heeft de kolonie geen toegang tot collectieve intelligentie,het is essentieel om te reageren op veranderende omstandigheden. Zonder dat zal de kolonie uitsterven.

De twist

Tamsin schrijft haar boek vanuit de premisse dat ‘Elk probleem waar we mee te maken hebben al voor ons is opgelost en dat de antwoorden overal om ons heen zijn’.

We hoeven alleen maar te kijken.

En, natuurlijk klopt dat. Daarmee geeft ze hier en daar een verbluffende inkijk in hoe superorganismen werken en wat wij ervan kunnen leren.

Wat ze feitelijk doet is een pick & choose uit het gedrag van diverse superorganismen en dat ‘plakt’ ze op mensen en organisaties. Ik vraag me af of dat werkt. Vanuit systemisch perspectief valt hier behoorlijk op af te dingen. Mijn aanname is dat een superorganisme succesvol is omdat zij door de samenhang van het geheel van principes tot succes komt. Maar om daar dan 1 principe uit te halen en dat toe te passen…..

Must-read

Het boek leest niet vlot weg. Toch zeg ik voorzichtig ja. Tamsin trekt een interessante parallel tussen succesvolle organismen en succesvolle organisaties. Diverse bedrijfskundige onderwerpen benadert zij vanuit verschillende invalshoeken. Dat biedt je verrassende en eenvoudige inzichten voor verbetertrajecten in je eigen organisatie.

Samengevat stelt ze 3 succesregels voor:

  1. Stop met het vereenvoudigen van problemen, breek ze op in kleine taken die collaboratieve teams kunnen oppakken
  2. Faciliteer een permanente organisatiebrede samenwerking en betrek iedereen erbij
  3. Zorg voor een innovatiecultuur waarbij fouten mogen worden gemaakt, ideeën floreren en deze zich gemakkelijk kunnen verbinden met andere ideeën.

Zo bouw jij jouw organisatie om naar een superorganisme.